Landgoed de Eelerberg

“In den beginne was alles woest en ledig…..”

Deze woorden lijken van toepassing op het landschap zoals de familie Veening Meinesz het aantrof (rond 1850). Zandverstuivingen en heidegebieden waren kenmerkend voor deze streek. De familie Veening Meinesz heeft het gebied ontgonnen. Zo zijn er bomen gepland en bij het landhuis is een arboretum aangelegd. Belangrijke stap is het aanleggen van een kanaal geweest (de Boksloot) waarover mest vanuit Zwolle en Amsterdam werd aangevoerd om het gebied vruchtbaarder te maken. Later is datzelfde kanaal gebruikt om hout uit de bossen weer af te voeren.

De familie heeft drie kenmerkende panden laten bouwen, die alle drie nog in tact zijn: Het landhuis, de rentmeesterswoning en de tuinmanswoning met bijbehorend koetshuis.

Veel kastelen en havezathen zijn in de vorige eeuw afgebroken (soms gebruikt als verharding voor de wegen). Deze drie panden zijn gelukkig bewaard gebleven.